Nieuws

Korting voor leden via Alleo

Als lid van de BBTV heb je toegang tot exclusieve kortingen en aanbiedingen op allerlei merken, producten en tickets, zowel online als offline, via de VBM & BBTV Voordeelwinkel. Voorheen was dit geregeld via Vip District. Sinds 1 juni 2026 is Vip District overgestapt naar Alleo.

Wat betekent dit voor jou?

Leden die nu geregistreerd zijn bij Vip District krijgen automatisch toegang tot Alleo. Inloggen doe je met het e-mailadres waarmee je bij Vip District geregistreerd staat via de Alleo-app of https://app.alleo.nl/. Je ontvangt dan een unieke inlogcode per e-mail. Een wachtwoord is niet meer nodig.
Had je nog geen account bij Vip District? Registreer je eenmalig via de Alleo-app of -website met de activatiecode: vbmbbtv

Belangrijk: cashback-tegoed Vip District

Heb je in Vip District nog cashback-tegoed staan? Tot 1 augustus 2026 heb je de tijd om dit over te maken naar je privébankrekening. Na die datum kan je niet meer inloggen op Vip District en is het tegoed niet meer opvraagbaar.

Vacature: Uitdagende baan als jurist bij de grootste Defensievakbond van Nederland

De Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel (VBM) in Den Haag zet zich al ruim honderd jaar met toewijding in voor de belangen van het defensiepersoneel. In de uitdagende wereld van de Nederlandse krijgsmacht is voor de vakbondsjurist geen dag hetzelfde. Zie jij jezelf advies geven over een vraagstuk over een ongeval in een overzees missiegebied? Of bijt jij je graag vast in een ontheffing uit een initiële militaire opleiding of een ontslag wegens wangedrag? Dan nodigen we jou graag uit om te solliciteren!

Vacature: secretariaatsmedewerker (m/v)

De Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel (VBM) zoekt een secretariaatsmedewerker (m/v). Ben je op zoek naar een uitdagende functie bij de grootste defensievakbond van Nederland dan is deze functie wellicht iets voor jou.

Het uitruilen van je vakbondscontributie, hoe doe je dat?

Via het IKB – het Individueel Keuzebudget – kun je je ‘IKB-potje’ gebruiken om je vakbondscontributie mee te betalen. Dit levert een fiscaal voordeel op.
De bron in het IKB bedraagt 16,33% van de bezoldiging. Dit is de optelsom van het vakantiegeld (formeel vakantietoeslag, 8%) en de eindejaarsuitkering (8,33%). Dit geld kan worden ingezet voor een aantal ‘doelen’, waarvan de vakbondscontributie er dus één is. Hoe doe je dit?

 

Stap 1: 

Stap1

 

Stap 2:

Stap2

 

Stap 3: 

Stap3

 

Stap 4:

Stap4

 

Stap 5:

Stap5

 

Stap 6:

(In dit voorbeeld kiest de medewerker voor uitruilen in DECEMBER)

Stap6

Check je loonstrook na ontslag!

Word je ontslagen, dan gebeurt dat door middel van een schriftelijk ontslagbesluit. In de maand na het ontslag volgt er dan nog een nabetaling van onder andere de overgebleven vakantiedagen. Een ontslag is niet altijd te vermijden. Maar het is zeker verstandig om te checken bij onze helpdesk of de opzegtermijn is nageleefd. En het is ook verstandig om de loonstrook met daarop de vergoeding voor overgebleven vakantiedagen naar ons toe te sturen. De vergoeding die Defensie daarvoor betaalt, is nog altijd te laag. Daar kunnen we bezwaar tegen maken.

Koninklijke Onderscheidingen

Heb je vandaag een Koninklijke Onderscheiding ontvangen? Laat het ons weten!

 

Ben je lid van de VBM of BBTV en heb je op 24 april 2026 een Koninklijke Onderscheiding in ontvangst mogen nemen? Dan horen wij dat graag. Meld je onderscheiding bij ons via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

(Foto: MCD/Sjoerd van der Hucht)

 

Arbeidsvoorwaarden-onderhandelingen formeel gestart

De Centrales van Overheidspersoneel ('de vakbonden') en de Staatsecretaris van Defensie hebben op 16 april 2026 de onderhandelingen over een nieuw pakket aan arbeidsvoorwaarden voor het defensiepersoneel afgetrapt. In een vergadering van de werkgroep arbeidsvoorwaarden hebben ze gesproken over de manier waarop zij samen de komende tijd het overleg willen vormgeven. Beide partijen vinden het belangrijk dat er een zorgvuldig proces doorlopen wordt, dat na goede gesprekken en discussies voor het zomerreces kan worden afgesloten met een onderhandelaarsakkoord, waarna dit aan de achterbannen zal worden voorgelegd. Zij willen graag komen tot een akkoord dat aansluit bij het lopende akkoord.

(Foto: kapitein Joris van Duin)

Onze speerpunten voor de arbeidsvoorwaarden-onderhandelingen 2026

Sinds begin jaren ‘90 wordt er bij Defensie op voet van gelijkwaardigheid onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden door de werkgever Defensie en de centrales van overheidspersoneel (de bonden). Een groot goed dat met de introductie van het zogenaamde sectorenmodel werd gerealiseerd. Vóór 1993 konden arbeidsvoorwaarden eenzijdig worden bepaald en opgelegd aan de defensiemedewerker!

Niet zo lang daarvoor, in 1989, was de Berlijnse Muur gevallen. In de jaren daarna werd Defensie meer en meer het kind van de rekening door het innen van het ‘vredesdividend’. In de 30 jaar die volgden stond Defensie onder druk van krimp en hervormingen (bezuinigingen, de nullijn, het verhogen van de AOW-leeftijd, overgang in pensioenopbouw van eindloon naar middelloon, de verkorting van de UGM, enzovoort). De defensiebegroting slonk tot onder de 1% van het bruto binnenlands product (bbp), een dieptepunt wat ons betreft.

Wij markeren het Arbeidsvoorwaardenakkoord (AV-akkoord) 2021-2023 als een kentering omdat toen, na meer dan 100 jaar, het bezoldigingssysteem militairen fundamenteel werd gemoderniseerd en de loontabel van de rangen en standen tot aan de rang van hoofdofficier met een structurele injectie van 500 miljoen euro is verbeterd. Dit bovenop de generieke loonontwikkeling. In de twee akkoorden die hierop volgden was er in totaal een structurele loonontwikkeling van nogmaals 14%, naast de meerdere incidentele beloningen.

Is dit nu allemaal borstklopperij? Nee: er was in 2022 immers een CPI-inflatie van 10% (Consumenten Prijs Index, bron CBS). Maar het markeert wel dat we de laatste jaren veel bereikt hebben. Veelzeggend is dat Defensie op de ranglijst van aantrekkelijke werkgevers weer duidelijk is gestegen! Onze ambitie is echter groter.

Het huidige AV-akkoord loopt per 1 september aanstaande af. Ons streven is wederom een nieuw aansluitend akkoord af te sluiten.

Wat is onze inzet?

In de eerste maanden van dit jaar hebben veel leden gereageerd op onze oproep om ideeën voor een nieuw AV-akkoord aan te dragen. Deze vormen de input voor onze inzet. Hieronder schetsen wij elementen die daarbij nadrukkelijk en vaak werden genoemd. Graag nemen wij die over. Dat wil niet zeggen dat andere ideeën, voorstellen of suggesties geen plek in de onderhandelingen krijgen.

     1. Elementen voor al het defensiepersoneel

We streven ernaar om aan te sluiten bij de trend van loonontwikkeling in diverse sectoren, niet zijnde het Rijk, waarbij we voor iedereen een significante structurele loonsverhoging willen realiseren die de koopkracht verbetert.

Daarnaast streven we naar een AV-akkoord met een looptijd van twee jaar om stabiliteit te waarborgen en de tijd te gebruiken om (lopende) afspraken met Defensie uit te werken en in te voeren.

Mobiliteit sluit nu al aan bij de fiscale maxima en de vergoeding start bij 0 kilometer. Het kunnen reizen in een combinatie van vervoersvormen, zoals deels eigen vervoer en deels openbaar vervoer, is ingevoerd. Wat ontbreekt is een vergoeding voor reizen op de kazernes en andere defensielocaties. Dit terwijl enkele reisafstanden hier kunnen oplopen tot zo’n kleine 10 kilometer.

We hebben succesvol een Individueel Keuze Budget (IKB) ingevoerd, waaraan alle defensiemedewerkers kunnen deelnemen. Nu is het tijd om de doelen te verruimen, zoals de veel genoemde studieschuld, maar ook de (verdere) verduurzaming van de eigen woning. Tevens willen wij het bedrag verhogen dat je per periode mag inzetten als IKB-budget voor je doel(en). Hierdoor krijgen alle defensiemedewerkers meer flexibiliteit. Dit doet recht aan het basisprincipe van een IKB: individuele keuzes en behoeftes invullen. Tevens streven wij ernaar om de omvang van het spaarverlof te verhogen.

In het kader van keuzevrijheid zijn wij voor het flexibeler kunnen opnemen van verplichte feestdagen.

In het kader van personeelsbehoud en het maken van keuzes door de medewerker zijn wij een voorstander van het verruimen van de mogelijkheid voor de vrijwillige keuze om de werkweek te verlengen. Daartegenover zou een incentive moeten staan die deze keuze stimuleert.

Defensie wil in personele omvang groeien. De helft van onze samenleving – vrouwen – zijn bij Defensie ondervertegenwoordigd: 30% bij het burgerpersoneel en slechts 12% bij de militaire populatie. Wij dienen afspraken te maken om ervoor te zorgen dat vrouwelijke medewerkers duurzaam inzetbaar blijven, zich gesteund voelen in hun werkomgeving en betrokken blijven bij hun werk. Die afspraken moet gaan over het doorbreken van taboes en aandacht voor specifieke gezondheidsklachten bij vrouwen, deze bespreekbaar maken en maatregelen nemen die uitval en irregulier verloop tegengaan.

Wij hebben in 2024 maatregelen genomen om het Voorzieningenstelsel Buitenland Defensiepersoneel (VBD) te verbeteren. Wat ons betreft blijft het VBD hierbij de basis, maar gaan we het wel vernieuwen door het te vereenvoudigen en – nog belangrijker – de transparantie te vergroten, waarbij de medewerker kan nagaan hoe de hoogte van de toelagen tot stand is gekomen.

Wij gaan uit van het verlengen van het SBK 2012 tot het moment dat wij dit, zoals we eerder hebben afgesproken, in de regelgeving hebben verankerd.

     2. Elementen specifiek voor militair personeel

Belangrijk is dat verschillen en overeenkomsten tussen beroepsmilitairen en reservisten uitlegbaar zijn. In lijn met de gelijkwaardigheid willen we stappen zetten voor al het militair personeel. Daarbij hebben wij de afgelopen periode nadrukkelijk gekeken hoe de rechtspositie voor de reservist daar waar mogelijk geharmoniseerd kan worden met die van de beroepsmilitair. Deels ligt de bal daarbij bij Defensie. In de bedrijfsvoering gaat nog veel mis. De lijst van signalen is lang, maar het weghalen van archaïsche administratieve handelingen en processen en het tijdig uitbetalen van bezoldiging scoren hoog. Daarmee moeten we aan de slag, maar daar gaan de arbeidsvoorwaardengesprekken niet over. Op arbeidsvoorwaardengebied willen wij koersen op de introductie van een voorziening reservisten die tegemoetkomt in de ziektekosten.Ook het beschikbaar stellen van een persoonlijk opleidingsbudget (POB) zou op zijn minst tot de mogelijkheden moeten horen. Verder willen wij aandacht besteden aan specifieke tegemoetkomingen of budgetten voor reservisten. Input door het ‘technisch werkverband rechtspositie reservisten’ is daarbij van groot belang.

De afgelopen periode zijn wij een SIC-regeling (Snel Inzetbare Capaciteit) en RMI-regeling (Regeling Militaire Inzet) overeengekomen.

De SIC-regeling wordt wat ons betreft te beperkt toegepast: nu alleen voor NAVO- en EU inzet. Dit zou wat ons betreft verbreed moeten worden naar de voorbereiding van snelle inzet in opdracht van de CDS, of dit nu nationaal, bi- of trilateraal is, denk hieraan als voorbeeld de Marine Spearhead Task Unit (MSTU), ondergebracht bij CZSK.

De vergoedingen uit de RMI-regeling willen we graag evenwichtig verbeteren, om het verschil tussen beloning voor inzet versus oefenen, varen of meerdaagse activiteit te vergroten. Hierbij dient extra aandacht te worden gegeven aan RMI-3, de inzet in het binnenland ter ondersteuning van de lokale autoriteit.

De TOD voor de militair is nu ingeregeld op basis van het werkelijk gedraaide rooster, de zogenaamde TOD-achteraf. Wij zijn van mening dat het huidige uurtarief dat in 2022 is vastgesteld, onvoldoende is en dient te worden verhoogd.

Wij willen voor de militair de ingeslagen weg van herziening van het toelagenstelsel voortzetten, zoals het opheffen van de groepenindeling in de VROB-regeling (Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid). Bij de herziening is het van belang dat duidelijk wordt gemaakt welke activiteit en/of eventuele beschikbaarheid daarvoor met welke vergoeding wordt gecompenseerd.

     3. Elementen specifiek voor burgerpersoneel

Gelijkwaardigheid tussen de diverse groepen defensiepersoneel is voor ons een groot goed. Verschillen in voorzieningen kunnen begrijpelijk en uitlegbaar zijn. Waar dat niet het geval is, is het voor ons wenselijk om verder te gaan met het harmoniseren van voorzieningen voor militairen en burgerpersoneel. In eerdere AV-akkoorden zijn stappen gezet, maar deze zijn onvoldoende. Om het verschil in bezoldiging tussen de burgermedewerker en de militair daar waar zij samenwerken begrijpelijker te maken, zien wij meerdere mogelijkheden. Als eerste introduceren wij een (aanstellings)toelage voor specialistische burgerfuncties waaraan Defensie een sterke behoefte heeft. Ten tweede implementeren wij de aanbevelingen van de onderzoekscommissie Functiewaarderingssystemen en willen we nagaan of we de recente uitkomsten van het functiewaarderingssysteem FUWA RIJK, die onder andere een herwaardering van het uitvoerende werk kent, naar defensiewaardering kunnen vertalen.
Op het vlak van beloning van onregelmatig werken willen wij de TOD voor burgerpersoneel laten aansluiten bij de maximum uurloonvergoeding die hoort bij schaal 8 in plaats van de huidige schaal 7.
Daarnaast streven we ernaar om het basis persoonlijk opleidingsbudget (POB) tussen burgers en militairen gelijk te trekken.

Wij willen voor de burgermedewerker in het licht van de duurzame inzetbaarheid met Defensie afspraken maken over mogelijkheden om het sporten in werktijd voor burgers niet alleen mogelijk te maken, maar ook te verankeren, inclusief een tegemoetkoming in de hiervoor noodzakelijke middelen.
Voorts willen wij met Defensie tot afspraken komen die de burgermedewerkers niet alleen meer duidelijkheid, maar ook meer bescherming bieden zodra zij (vooral in het buitenland) worden ingezet, voornamelijk met betrekking tot de verzekeringsmogelijkheden.

Tot slot willen we de zogenaamde overlap in het functiewaarderingssysteem voor militairen (die het mogelijk maakt dat eenzelfde score twee verschillende rangen en dus twee verschillende bezoldigingen kan opleveren) afschaffen, maar zeker verkleinen.

Wat ons betreft verwoordt deze brief de hoofdelementen om te komen tot een nieuw AV-akkoord voor de jaren 2026 tot en met medio 2028. Dat wil voor ons echter niet zeggen dat andere onderwerpen geen plek kunnen krijgen in de onderhandelingen. Mocht uit de gesprekken blijken dat onze focus niet past, dan voelen wij ons vrij om binnen de door ons gekozen richting andere onderwerpen in te brengen.

Wij gaan graag voor jou het gesprek met Defensie aan.

 

Foto: MCD/Aaron Zwaal

Bestuurservaring opdoen?

Ben jij geplaatst op – of woonachtig in de regio rondom – de Johan Willem Frisokazerne? En lijkt het je interessant om op laagdrempelige wijze bestuurservaring op te doen?

De VBM is op zoek naar enthousiaste leden die een waardevolle bijdrage willen leveren aan het bestuur van de VBM-afdeling Assen. We zoeken liefst actief dienende leden, maar ook postactieven zijn van harte welkom.

De afdeling Assen heeft momenteel geen afdelingsbestuur. Hiermee gaan belangrijke stemmen verloren en hebben de leden die woonachtig zijn in deze regio geen inspraak tijdens onze Algemene Vergadering. Het mag duidelijk zijn dat enthousiaste (ex)defensiecollega’s die zich willen inzetten binnen het afdelingsbestuur, meer dan welkom zijn.

Het gaat om vrijwilligerswerk, maar wel met een vergoeding. Dit bestuurswerk biedt een laagdrempelige manier om je competenties en vaardigheden aan te vullen en je netwerk, niet alleen binnen Defensie maar ook binnen de vakbond, te vergroten. Bovendien kun je invloed uitoefenen op de richting van de vereniging en je stem laten horen bij de besluiten die genomen worden. Je inbreng vanaf de werkvloer is van groot belang voor de VBM. Je wordt in een vroegtijdig stadium bijgepraat over allerlei onderwerpen die spelen bij de vakbond. Hierbij kun je denken aan gevolgen van besluiten die door Defensie worden genomen, maar je wordt ook vroegtijdig bijgepraat over (en betrokken bij) arbeidsvoorwaarden.

Lidmaatschap van een afdelingsbestuur is goed te combineren met het werk voor Defensie, ook voor militairen. Doorgaans vergadert een afdelingsbestuur twee keer per jaar voorafgaand aan de Algemene Vergadering. Uiteraard ben je ook welkom als afgevaardigde op deze Algemene Vergadering. Als afdelingsbestuurder heb je rechtstreeks contact met het dagelijks bestuur, bij wie je zaken die spelen op de werkvloer kunt aandragen.

Heb je interesse? Kom dan naar de afdelingsvergadering op woensdag 15 april 2026 om 19.30 uur in gebouw “de Brammert”, Johan Willem Frisokazerne, Balkenweg 3, te Assen, dan praten we je bij. Eerst vrijblijvend kennismaken of meer informatie inwinnen kan uiteraard ook, neem dan contact op met Arjan Princée: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. +31(0)6-53215197.

Overeenstemming over Regeling Militaire Inzet

In het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2024 is afgesproken dat er een Regeling Militaire Inzet (RMI) moest komen. Reden hiervoor is dat de bestaande regimes zoals de VROB en VVHO, niet meer voldoen in de huidige tijd. In januari 2026 zijn de vakbonden en Defensie met een meerderheidsbesluit de RMI overeengekomen. Dat het even heeft geduurd, komt vooral doordat de uitwerking van de ministeriële regeling meer voeten in aarde had dan op het eerste gezicht werd gedacht.

Wat hadden we jou in het eerdergenoemde akkoord van 2024 toegezegd:

In de nieuwe RMI zullen heldere en eenduidige begripsbepalingen voor de volgende meerdaagse inzetvormen worden opgenomen:


1. Militaire inzet in het kader van operaties (RMI-1)

Hieronder wordt in ieder geval verstaan: feitelijke inzet onder gevechtsomstandigheden van snel inzetbare capaciteit in NAVO- of Europese Unie (EU)-verband ter bescherming van de belangen van de NAVO of EU, (vredes)operaties in internationaal of bondgenootschappelijk verband en als humanitaire operatie aangemerkte militaire inzet voor (nood)hulpverlenende taken buiten Nederland of andere door de Minister als operatie aangewezen militaire inzet buiten Nederland.


2. Militaire inzet in het buitenland (RMI-2)


Hieronder wordt in ieder geval verstaan: inzet samen met NAVO, EU of een ander internationaal verband in het kader van de internationale militaire samenwerking, het leveren van bijstand aan het Caraïbisch deel van Koninkrijk der Nederlanden en het leveren van bijstand en steunverlening aan één van de lidstaten van de EU onder meer waar het gaat om het handhaven of uitvoeren van EU-beleid.


3. Militaire inzet in Nederland (RMI-3)


Hieronder wordt in ieder geval verstaan: militaire steunverlening in het openbaar belang en maatschappelijke dienstverlening door Defensie aan derden binnen Nederland.

De vakbonden en Defensie hebben de nieuwe inzetvormen uitgewerkt, afgebakend en hieraan passende directe en indirecte voorzieningen gekoppeld. Hierbij zijn de zorg en uitzendbescherming belangrijke elementen. Deze voorzieningen zijn aangepast waar Defensie en de bonden gezamenlijk tot de conclusie kwamen dat dit nodig was. Ook zijn er nadere afspraken gemaakt over de vraag tussen welke rechtspositionele en financiële voorzieningen al dan niet (nog) samenloop mogelijk is. Defensie en de vakbonden hebben onvoorziene, ongewenste samenloop of stapeling van voorzieningen en financiële aanspraken voorkomen. Hierbij is van belang dat functionele werkzaamheden van militairen gekoppeld aan hun reguliere plaatsing in het binnen- of buitenland niet behoren tot het begrip militaire inzet.

Dit alles heeft geleid tot een regeling bestaand uit 16 artikelen, een aanpassing van de Regeling Vergoeding voor Overwerk, Onregelmatigheid, Beschikbaarheid en Bereikbaarheid (VROB) maar ook het verwijderen uit het AMAR, besluiten en onderliggende regelingen van het begrip Voorzieningen voor Vredes- en Humanitaire Operaties (VVHO).

We zullen jou per hoofdonderwerp de nieuwe regeling uitleggen en zullen dit artikel afsluiten met wat er nog gedaan moet worden voordat je er ook iets van gaat merken als je ingezet gaat worden.

Aanvang, einde en duur inzet en bijbehorende financiële vergoeding

In grote lijnen kan gesteld worden dat de vergoedingen voor inzet als bedoeld in deze regeling in de plaats komen van de vergoedingen uit de VVHO en de vergoeding voor meerdaagse activiteiten (bijzondere inzet) uit de VROB. Er is evenwel een belangrijk verschil in de aanvang en het einde van de aanspraak. Waar in de VVHO een enigszins complexe bepaling staat, wordt nu door de minister in de aanwijzing voor de missie of operatie of andere vorm van inzet bepaald op welke datum de inzet aanvangt en op welke datum deze eindigt. Deze vereenvoudiging is onder meer bedoeld om een grotere duidelijkheid en zekerheid te scheppen voor het personeel, maar ook een bepaalde flexibiliteit in de regeling te bereiken. Om een aanspraak te ontlenen aan de regeling moet de inzet een aaneengesloten periode van langer dan een etmaal duren. Dit criterium bestond al en blijft bestaan.

Wat de hoogte van de vergoedingen betreft, is met het intrekken van de regeling VVHO ook de tegemoetkoming in de onkosten vervallen. Daarom is de vergoeding voor RMI-1 waarop die onkostenvergoeding betrekking zou hebben, extra verhoogd bovenop het in het arbeidsvoorwaardenakkoord ’21-’23 afgesproken bedrag. De vergoedingen zijn ook aangepast aan de reeds overeengekomen salarisverhogingen 2024 & 2025. Het voordeel van het opnemen van de onkostenvergoeding in de dagvergoeding is dat deze de toekomstige salarisverhogingen volgt (de vergoeding was al vele jaren niet geïndexeerd) en dat er ook premievrij voor 50% pensioen over wordt opgebouwd. Het nadeel is dat het invloed kan hebben op jouw eventuele toeslagen. De vergoedingen per dag zijn:

a. € 250,- bij RMI-1;

b. € 200,- bij RMI-2;

c. € 150,- bij RMI-3.  

Huisvesting en voeding: Het uitgangspunt blijft dat de militair die is ingezet, geen voor diens rekening blijvende kosten heeft in relatie tot de huisvesting en voeding die is verbonden aan de inzet. Met andere woorden: vrije kost en inwoning tijdens inzet.

Waar dat niet mogelijk is, heeft de militair aanspraak op vergoeding van de in redelijkheid te maken of in redelijkheid gemaakte kosten, een en ander te beoordelen door Defensie. Dit is de uitzondering.

Recuperatie: Dit is een rustperiode tijdens de inzet. Recuperatie is geen verlof en er bestaat evenmin aanspraak op recuperatie. Of recuperatie kan plaatsvinden (en de duur ervan) is een operationele afweging van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Hij bepaalt in hoeverre, hoe lang, op welke wijze en waar de recuperatie plaatsvindt en treft voorzieningen voor vervoer, huisvesting en voeding. Alleen als de inzet langer duurt dan vier maanden kan recuperatie (als die plaatsvindt) op verzoek van de militair elders worden doorgebracht. Echter: er bestaat dan geen aanspraak op vergoeding van vervoer, huisvesting en voeding. Als de militair in zo’n geval verzoekt om de recuperatie in Nederland of in het land van plaatsing door te brengen en de inzet langer duurt dan zes maanden, dan komen de kosten van de retourreis voor rekening van Defensie. Bij een inzet van langer dan twaalf maanden kan de retourreis eenmaal per vier maanden voor rekening van Defensie plaatsvinden. In al deze gevallen bepaalt de CDS de duur van de recuperatie, waarbij als vuistregel een recuperatieduur van 2,5 dag per maand inzetduur zal worden gehanteerd (indien operationele omstandigheden dit mogelijk maken).

Verlof na afloop van de inzet: Na definitieve terugkeer in Nederland (of in het land van plaatsing) na afloop van de inzet buiten Nederland, heeft de militair aanspraak op vrijstelling van werkzaamheden en diensten van twee werkdagen voor elke maand dat de inzet heeft geduurd met een maximum van tien werkdagen per inzet. Dat betekent dat er bij een inzet van vijf maanden aanspraak bestaat op tien werkdagen vrij van dienst. Als de inzet zes maanden of langer heeft geduurd blijft dit tien werkdagen.

Inzetgratificatie: De militair die meerdere malen voor perioden van ten minste 30 aaneengesloten dagen is ingezet buiten Nederland, heeft telkens wanneer deze perioden cumulatief tot 365 dagen zijn opgelopen, aanspraak op een inzetgratificatie van €1.500,-.

Zorg voor, tijdens en na inzet: De CDS of de commandant van de ingezette eenheid als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid van het Veteranenbesluit, zorgt ervoor dat de militair voor, tijdens en na inzet de zorg ontvangt als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van het Veteranenbesluit. Dit is ongeacht of de militair aan de inzet de veteranenstatus ontleent of wordt aangemerkt als militair dienstslachtoffer in de zin van artikel 18 van het Veteranenbesluit.

Inzetvrije periode: De inzetvrije periode komt in de plaats van de tot nu toe gehanteerde ‘uitzendbescherming’ voor een uitzending onder de VVHO. De inzetvrije periode ziet op bescherming voor inzet buiten Nederland. Net zoals bij de ‘oude’ uitzendbescherming, gaat het voor de opbouw van de aanspraak om perioden van inzet van ten minste 30 dagen aaneengesloten. Telkens wanneer hierdoor in een tijdvak van 365 dagen cumulatief een aantal dagen inzet van 180 wordt bereikt, heeft de militair aanspraak op een periode waarbinnen hij in beginsel niet wordt ingezet maar alleen functionele werkzaamheden verricht. Deze 365 en 180 dagen zijn termijnen die bij de uitzendbescherming VVHO niet worden gehanteerd en dus nieuw zijn. In de onderstaande figuren zal worden verduidelijkt wat dit nu betekent. Deze inzetvrije periode bedraagt 60 dagen voor elke aaneengesloten periode van 30 dagen RMI-1 inzet en 15 dagen voor elke aaneengesloten periode van 30 dagen RMI-2 inzet. Deze inzetvrije periode wordt in beginsel direct aansluitend aan de inzet geëffectueerd, maar dit kan ook op een later tijdstip. Als er een later tijdstip wordt gekozen, dan wordt daarbij rekening gehouden met de voorkeur van de militair. De effectuering van de inzetvrije periode geschiedt in perioden van 30 dagen en zo mogelijk binnen de resterende plaatsingsduur bij het onderdeel. Indien de militair wederom voor een periode van ten minste 30 dagen aaneengesloten wordt ingezet vóórdat de aanspraak op een inzetvrije periode is geëffectueerd, wordt de dan ontstane aanspraak op een inzetvrije periode opgeteld bij de bestaande aanspraak en begint een nieuw tijdvak van 365 dagen te lopen, onder handhaving van de resterende aanspraak.

Hieronder zijn de mogelijkheden gevisualiseerd met een viertal voorbeelden, die de inzetvrije periode (aanspraak) dan wel de niet-ingezette periode weergeven. (Met niet-ingezette periode wordt bedoeld dat de militair weliswaar geen aanspraak heeft, maar wel hetzelfde doel bereikt, inzetvrij zijn). Voor de goede orde: deze voorbeelden zijn niet uitputtend.

Werk- en rusttijden: Gedurende de inzet zijn – voor zover dat voor een goede taakuitoefening nodig is – hoofdstuk 7 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) en de bepalingen van de Arbeidstijdenwet niet van toepassing.

Verlof: In beginsel wordt tijdens de inzet geen verlof verleend aan de militair: geen vakantieverlof en ook geen buitengewoon verlof. Maar voor de omstandigheden die genoemd worden in artikel 87a van het AMAR, zoals ernstige ziekte, bevalling of overlijden van de partner van de militair, kan indien mogelijk wel buitengewoon verlof worden verleend.

Veteranenstatus en medailles: Of een militair aan een inzet de veteranenstatus ontleent, volgt rechtstreeks uit de Veteranenwet. Het is wel belangrijk te vermelden dat de huidige criteria of aan een inzet wel of niet deze status wordt verleend, niet is veranderd met de introductie van deze regeling. Medailles worden toegekend volgens de daarvoor geldende procedures en instellingsbesluiten.

Hoe nu verder?

Wat staat er nog open en wanneer wordt deze regeling van kracht? Tussen Defensie en de bonden is overeenstemming bereikt over de regeling zoals hierboven beschreven. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat er nog wel enige tijd overheen zal gaan voordat het formele (wetgevings)traject is afgerond en om besluiten aangepast te krijgen. Wij, als VBM/BBTV, verwachten dat dit in de loop van 2026 een feit zal zijn.

Waar wij met Defensie nog nadere afspraken over moeten maken, zijn objectieve criteria om een specifieke inzet te kunnen categoriseren onder RMI-1, 2 of 3. Hierbij zal de moeilijkheid vooral liggen bij het vastleggen van het onderscheid tussen RMI-1 en RMI-2. Dit heeft voor ons nu prioriteit. We willen dit met Defensie helder krijgen vóórdat de bovengenoemde wetgevingsprocedure is afgerond en de RMI in werking treedt.