Nieuws

Overeenstemming over Regeling Militaire Inzet

In het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2024 is afgesproken dat er een Regeling Militaire Inzet (RMI) moest komen. Reden hiervoor is dat de bestaande regimes zoals de VROB en VVHO, niet meer voldoen in de huidige tijd. In januari 2026 zijn de vakbonden en Defensie met een meerderheidsbesluit de RMI overeengekomen. Dat het even heeft geduurd, komt vooral doordat de uitwerking van de ministeriële regeling meer voeten in aarde had dan op het eerste gezicht werd gedacht.

Wat hadden we jou in het eerdergenoemde akkoord van 2024 toegezegd:

In de nieuwe RMI zullen heldere en eenduidige begripsbepalingen voor de volgende meerdaagse inzetvormen worden opgenomen:


1. Militaire inzet in het kader van operaties (RMI-1)

Hieronder wordt in ieder geval verstaan: feitelijke inzet onder gevechtsomstandigheden van snel inzetbare capaciteit in NAVO- of Europese Unie (EU)-verband ter bescherming van de belangen van de NAVO of EU, (vredes)operaties in internationaal of bondgenootschappelijk verband en als humanitaire operatie aangemerkte militaire inzet voor (nood)hulpverlenende taken buiten Nederland of andere door de Minister als operatie aangewezen militaire inzet buiten Nederland.


2. Militaire inzet in het buitenland (RMI-2)


Hieronder wordt in ieder geval verstaan: inzet samen met NAVO, EU of een ander internationaal verband in het kader van de internationale militaire samenwerking, het leveren van bijstand aan het Caraïbisch deel van Koninkrijk der Nederlanden en het leveren van bijstand en steunverlening aan één van de lidstaten van de EU onder meer waar het gaat om het handhaven of uitvoeren van EU-beleid.


3. Militaire inzet in Nederland (RMI-3)


Hieronder wordt in ieder geval verstaan: militaire steunverlening in het openbaar belang en maatschappelijke dienstverlening door Defensie aan derden binnen Nederland.

De vakbonden en Defensie hebben de nieuwe inzetvormen uitgewerkt, afgebakend en hieraan passende directe en indirecte voorzieningen gekoppeld. Hierbij zijn de zorg en uitzendbescherming belangrijke elementen. Deze voorzieningen zijn aangepast waar Defensie en de bonden gezamenlijk tot de conclusie kwamen dat dit nodig was. Ook zijn er nadere afspraken gemaakt over de vraag tussen welke rechtspositionele en financiële voorzieningen al dan niet (nog) samenloop mogelijk is. Defensie en de vakbonden hebben onvoorziene, ongewenste samenloop of stapeling van voorzieningen en financiële aanspraken voorkomen. Hierbij is van belang dat functionele werkzaamheden van militairen gekoppeld aan hun reguliere plaatsing in het binnen- of buitenland niet behoren tot het begrip militaire inzet.

Dit alles heeft geleid tot een regeling bestaand uit 16 artikelen, een aanpassing van de Regeling Vergoeding voor Overwerk, Onregelmatigheid, Beschikbaarheid en Bereikbaarheid (VROB) maar ook het verwijderen uit het AMAR, besluiten en onderliggende regelingen van het begrip Voorzieningen voor Vredes- en Humanitaire Operaties (VVHO).

We zullen jou per hoofdonderwerp de nieuwe regeling uitleggen en zullen dit artikel afsluiten met wat er nog gedaan moet worden voordat je er ook iets van gaat merken als je ingezet gaat worden.

Aanvang, einde en duur inzet en bijbehorende financiële vergoeding

In grote lijnen kan gesteld worden dat de vergoedingen voor inzet als bedoeld in deze regeling in de plaats komen van de vergoedingen uit de VVHO en de vergoeding voor meerdaagse activiteiten (bijzondere inzet) uit de VROB. Er is evenwel een belangrijk verschil in de aanvang en het einde van de aanspraak. Waar in de VVHO een enigszins complexe bepaling staat, wordt nu door de minister in de aanwijzing voor de missie of operatie of andere vorm van inzet bepaald op welke datum de inzet aanvangt en op welke datum deze eindigt. Deze vereenvoudiging is onder meer bedoeld om een grotere duidelijkheid en zekerheid te scheppen voor het personeel, maar ook een bepaalde flexibiliteit in de regeling te bereiken. Om een aanspraak te ontlenen aan de regeling moet de inzet een aaneengesloten periode van langer dan een etmaal duren. Dit criterium bestond al en blijft bestaan.

Wat de hoogte van de vergoedingen betreft, is met het intrekken van de regeling VVHO ook de tegemoetkoming in de onkosten vervallen. Daarom is de vergoeding voor RMI-1 waarop die onkostenvergoeding betrekking zou hebben, extra verhoogd bovenop het in het arbeidsvoorwaardenakkoord ’21-’23 afgesproken bedrag. De vergoedingen zijn ook aangepast aan de reeds overeengekomen salarisverhogingen 2024 & 2025. Het voordeel van het opnemen van de onkostenvergoeding in de dagvergoeding is dat deze de toekomstige salarisverhogingen volgt (de vergoeding was al vele jaren niet geïndexeerd) en dat er ook premievrij voor 50% pensioen over wordt opgebouwd. Het nadeel is dat het invloed kan hebben op jouw eventuele toeslagen. De vergoedingen per dag zijn:

a. € 250,- bij RMI-1;

b. € 200,- bij RMI-2;

c. € 150,- bij RMI-3.  

Huisvesting en voeding: Het uitgangspunt blijft dat de militair die is ingezet, geen voor diens rekening blijvende kosten heeft in relatie tot de huisvesting en voeding die is verbonden aan de inzet. Met andere woorden: vrije kost en inwoning tijdens inzet.

Waar dat niet mogelijk is, heeft de militair aanspraak op vergoeding van de in redelijkheid te maken of in redelijkheid gemaakte kosten, een en ander te beoordelen door Defensie. Dit is de uitzondering.

Recuperatie: Dit is een rustperiode tijdens de inzet. Recuperatie is geen verlof en er bestaat evenmin aanspraak op recuperatie. Of recuperatie kan plaatsvinden (en de duur ervan) is een operationele afweging van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Hij bepaalt in hoeverre, hoe lang, op welke wijze en waar de recuperatie plaatsvindt en treft voorzieningen voor vervoer, huisvesting en voeding. Alleen als de inzet langer duurt dan vier maanden kan recuperatie (als die plaatsvindt) op verzoek van de militair elders worden doorgebracht. Echter: er bestaat dan geen aanspraak op vergoeding van vervoer, huisvesting en voeding. Als de militair in zo’n geval verzoekt om de recuperatie in Nederland of in het land van plaatsing door te brengen en de inzet langer duurt dan zes maanden, dan komen de kosten van de retourreis voor rekening van Defensie. Bij een inzet van langer dan twaalf maanden kan de retourreis eenmaal per vier maanden voor rekening van Defensie plaatsvinden. In al deze gevallen bepaalt de CDS de duur van de recuperatie, waarbij als vuistregel een recuperatieduur van 2,5 dag per maand inzetduur zal worden gehanteerd (indien operationele omstandigheden dit mogelijk maken).

Verlof na afloop van de inzet: Na definitieve terugkeer in Nederland (of in het land van plaatsing) na afloop van de inzet buiten Nederland, heeft de militair aanspraak op vrijstelling van werkzaamheden en diensten van twee werkdagen voor elke maand dat de inzet heeft geduurd met een maximum van tien werkdagen per inzet. Dat betekent dat er bij een inzet van vijf maanden aanspraak bestaat op tien werkdagen vrij van dienst. Als de inzet zes maanden of langer heeft geduurd blijft dit tien werkdagen.

Inzetgratificatie: De militair die meerdere malen voor perioden van ten minste 30 aaneengesloten dagen is ingezet buiten Nederland, heeft telkens wanneer deze perioden cumulatief tot 365 dagen zijn opgelopen, aanspraak op een inzetgratificatie van €1.500,-.

Zorg voor, tijdens en na inzet: De CDS of de commandant van de ingezette eenheid als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid van het Veteranenbesluit, zorgt ervoor dat de militair voor, tijdens en na inzet de zorg ontvangt als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van het Veteranenbesluit. Dit is ongeacht of de militair aan de inzet de veteranenstatus ontleent of wordt aangemerkt als militair dienstslachtoffer in de zin van artikel 18 van het Veteranenbesluit.

Inzetvrije periode: De inzetvrije periode komt in de plaats van de tot nu toe gehanteerde ‘uitzendbescherming’ voor een uitzending onder de VVHO. De inzetvrije periode ziet op bescherming voor inzet buiten Nederland. Net zoals bij de ‘oude’ uitzendbescherming, gaat het voor de opbouw van de aanspraak om perioden van inzet van ten minste 30 dagen aaneengesloten. Telkens wanneer hierdoor in een tijdvak van 365 dagen cumulatief een aantal dagen inzet van 180 wordt bereikt, heeft de militair aanspraak op een periode waarbinnen hij in beginsel niet wordt ingezet maar alleen functionele werkzaamheden verricht. Deze 365 en 180 dagen zijn termijnen die bij de uitzendbescherming VVHO niet worden gehanteerd en dus nieuw zijn. In de onderstaande figuren zal worden verduidelijkt wat dit nu betekent. Deze inzetvrije periode bedraagt 60 dagen voor elke aaneengesloten periode van 30 dagen RMI-1 inzet en 15 dagen voor elke aaneengesloten periode van 30 dagen RMI-2 inzet. Deze inzetvrije periode wordt in beginsel direct aansluitend aan de inzet geëffectueerd, maar dit kan ook op een later tijdstip. Als er een later tijdstip wordt gekozen, dan wordt daarbij rekening gehouden met de voorkeur van de militair. De effectuering van de inzetvrije periode geschiedt in perioden van 30 dagen en zo mogelijk binnen de resterende plaatsingsduur bij het onderdeel. Indien de militair wederom voor een periode van ten minste 30 dagen aaneengesloten wordt ingezet vóórdat de aanspraak op een inzetvrije periode is geëffectueerd, wordt de dan ontstane aanspraak op een inzetvrije periode opgeteld bij de bestaande aanspraak en begint een nieuw tijdvak van 365 dagen te lopen, onder handhaving van de resterende aanspraak.

Hieronder zijn de mogelijkheden gevisualiseerd met een viertal voorbeelden, die de inzetvrije periode (aanspraak) dan wel de niet-ingezette periode weergeven. (Met niet-ingezette periode wordt bedoeld dat de militair weliswaar geen aanspraak heeft, maar wel hetzelfde doel bereikt, inzetvrij zijn). Voor de goede orde: deze voorbeelden zijn niet uitputtend.

Werk- en rusttijden: Gedurende de inzet zijn – voor zover dat voor een goede taakuitoefening nodig is – hoofdstuk 7 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) en de bepalingen van de Arbeidstijdenwet niet van toepassing.

Verlof: In beginsel wordt tijdens de inzet geen verlof verleend aan de militair: geen vakantieverlof en ook geen buitengewoon verlof. Maar voor de omstandigheden die genoemd worden in artikel 87a van het AMAR, zoals ernstige ziekte, bevalling of overlijden van de partner van de militair, kan indien mogelijk wel buitengewoon verlof worden verleend.

Veteranenstatus en medailles: Of een militair aan een inzet de veteranenstatus ontleent, volgt rechtstreeks uit de Veteranenwet. Het is wel belangrijk te vermelden dat de huidige criteria of aan een inzet wel of niet deze status wordt verleend, niet is veranderd met de introductie van deze regeling. Medailles worden toegekend volgens de daarvoor geldende procedures en instellingsbesluiten.

Hoe nu verder?

Wat staat er nog open en wanneer wordt deze regeling van kracht? Tussen Defensie en de bonden is overeenstemming bereikt over de regeling zoals hierboven beschreven. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat er nog wel enige tijd overheen zal gaan voordat het formele (wetgevings)traject is afgerond en om besluiten aangepast te krijgen. Wij, als VBM/BBTV, verwachten dat dit in de loop van 2026 een feit zal zijn.

Waar wij met Defensie nog nadere afspraken over moeten maken, zijn objectieve criteria om een specifieke inzet te kunnen categoriseren onder RMI-1, 2 of 3. Hierbij zal de moeilijkheid vooral liggen bij het vastleggen van het onderscheid tussen RMI-1 en RMI-2. Dit heeft voor ons nu prioriteit. We willen dit met Defensie helder krijgen vóórdat de bovengenoemde wetgevingsprocedure is afgerond en de RMI in werking treedt.

Jij komt toch ook?

Wil jij als BBTV-lid meer weten over de stand van zaken in het overleg met Defensie? Of heb je een onderwerp dat volgens jou meer aandacht verdient? In de aanloop naar de 116e Algemene Vergadering van de VBM/BBTV worden in Nederland, België, Duitsland en op Curaçao weer afdelingsvergaderingen georganiseerd. Houd deze website in de gaten voor eventuele wijzigingen in data, locaties of tijdstippen! *Laatste aanpassing: afdeling België*

Afdeling Eindhoven
Maandag 30 maart 2026
18.30 uur
Echos Home ‘De Vrijheid’, Eindhovensedijk 33, 5688 GN Oirschot

Afdeling Amsterdam
Dinsdag 31 maart 2026
19.00 uur
Marine-Etablissement Amsterdam, Evenementencentrum (ECA), Gebouw 030, zaal Torne, Kattenburgerstraat 7, 1018 JA Amsterdam

Afdeling Friesland
Woensdag 1 april 2026
19.00 uur
MFC It Maskelyn, Easteromwei 5, 9254 GM Hurdegaryp

Afdeling Rotterdam
Donderdag 2 april 2026
14.00 uur
Tempo Doeloe, Van Ghentkazerne, Toepad 120, 3063 NJ Rotterdam

Afdeling Gelderland Midden
Dinsdag 7 april 2026
18.00 uur
Echos Home ‘De Landing’, Deelenseweg 28, 6816 TS Arnhem

Afdeling Valkenburg
Dinsdag 7 april 2026
20.00 uur (zaal open 19.30 uur)
Dorpscentrum Oegstgeest, Lijtweg 9, 2341 HA Oegstgeest

Afdeling Doorn
Woensdag 8 april 2026
10.00 uur
Van Braam Houckgeestkazerne, Gouden Bal, Oude Arnhemse Bovenweg 1D, 3941 XM Doorn

Afdeling Volkel/De Peel
Donderdag 9 april 2026
19.30 uur
Scoutinggebouw ‘De Pionier’, Hulstheuvel 15, 5404 PR Uden

Afdeling West-Brabant
Dinsdag 14 april 2026
19.30 uur
Sociaal cultureel centrum ’t Kraaienest, Paradijszaal, Tweeschaar 12, 4822 AT Breda

Afdeling Curaçao
Dinsdag 14 april 2026
14.00 uur
Marinebasis Parera in het bargedeelte van de Longroom, Nightingaleweg z/n, Willemstad, Curaçao

Afdeling Assen
Woensdag 15 april 2026
19.30 uur
De Brammert, Johan Willem Frisokazerne, Balkenweg 3, 9405 CC Assen

Afdeling België
Donderdag 16 april 2026
19.00 uur
Doornikse Heerweg 95, 9700, Oudenaarde, België

Afdeling Zeeland
Donderdag 16 april 2026
19.30 uur (zaal open 19.00 uur)
Buurthuis De Burgerij, Van Hogendorpweg 58a, 4384 HA Vlissingen

Afdeling Limburg
Maandag 20 april 2026
20.00 uur
Brasserie Minli Strijthagen BV, Einsteinstraat 5, 6372 BW Landgraaf

Afdeling Havelte/Steenwijk
Dinsdag 21 april 2026
17.00 uur
Echos Home ‘Het Baken’, Joh. Postweg 5, 7973 JB Havelte

Afdeling Den Haag
Woensdag 22 april 2026
19.30 uur
VBM-kantoor, Ametisthorst 20, 2592 HN Den Haag

Afdeling Zwolle
Donderdag 30 april 2026
19.30 uur
Tonnetkazerne, Gebouw 150, Eperweg 141, 8084 HE ’t Harde

Afdeling Den Helder
Woensdag 6 mei 2026
19.00 uur
Havengebouw (eerste etage), Het Nieuwe Diep 33, 1781 AD Den Helder

Afdeling Duitsland
Woensdag 6 mei 2026
19.00 uur
Hotel-restaurant Fröhlich, Dansenberger Str. 10, 67661 Kaiserslautern, Duitsland

Afdeling Amersfoort/Utrecht
Donderdag 7 mei 2026
19.30 uur
Noorderlichtkerk, Bergweg 92b, 3707 AE Zeist

Afdeling Twente/Eibergen
Dinsdag 12 mei 2026
19.30 uur
Kulturhus, Henry Woodstraat 62, 7558 CP Hengelo

Defensie en vakbonden maken betere afspraken over ‘OPCO-wissel’

Defensie en de vakbonden hebben op 13 januari 2026 definitieve afspraken vastgelegd over de overstap naar een ander OPCO. Op grond van artikel 12a van het AMAR kan een militair op zijn aanvraag worden bestemd voor een andere functie of groep van functies en daarbij worden ingedeeld bij een ander operationeel commando (OPCO). Dit wordt ook wel een ‘OPCO-wissel’ genoemd.

Op zich bestond deze mogelijkheid natuurlijk al, maar de bestaande regeling werd in sommige gevallen door de werkgever verkeerd geïnterpreteerd, met negatieve consequenties voor de militair. Zo werd soms ten onrechte geschermd met een opzegtermijn of een restitutieverplichting (van de opleidingskosten).

In de nieuwe regeling doet de militair zijn aanvraag voor een OPCO-wissel bij het Dienstencentrum Employability (DCE), dat op 1 mei 2025 is opgericht. De betreffende militair zal hierin worden geadviseerd en ondersteund door een employabilitybegeleider. Een OPCO-wissel gaat over het algemeen samen met een nieuwe functietoewijzing. Er is daarom feitelijk sprake van twee besluiten: het besluit tot functietoewijzing en het besluit tot OPCO-wissel. Tot 1 januari 2026 lag de beslissingsbevoegdheid voor de OPCO-wissel bij het ontvangende OPCO. Dit is gewijzigd: deze bevoegdheid ligt nu bij het DCE. Maar de beslissingsbevoegdheid over de functietoewijzing blijft wel bij het ontvangende OPCO liggen.
De OPCO’s stemmen onderling de datum aanvang functievervulling en OPCO-wissel af en informeren de militair en het DCE hierover.

Wat als de OPCO’s onderling niet tot overeenstemming komen? Bij eventuele botsende belangen is vastgelegd dat het DCE bevoegd is om rechtspositionele besluiten te nemen. Het DCE kan in zo’n geval dus een besluit nemen over de ingangsdatum van de OPCO-wissel. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen de belangen van de militair, het ontvangende OPCO en het zendende OPCO, in combinatie met eventuele (loopbaan)afspraken met de militair.

Let op: de OPCO-wissel gaat niet gepaard met een ontslag- of aannameprocedure. Er geldt dan ook geen opzegtermijn. Ook is wel of geen ‘beschikbaarheid’ van de militair geen reden om een verzoek tot een OPCO-wissel af te wijzen. Een dienverplichting is evenmin een reden om een verzoek om OPCO-wissel af te wijzen. Een OPCO-wissel leidt ook niet tot een ‘terugbetalingsverplichting’ op het moment van overgang van OPCO A naar OPCO B.

Wanneer de militair is aangewezen voor een inzet of uitzending, dan vindt de OPCO-wissel ná afronding van deze inzet/uitzending plaats. Indien de taakvervulling van de krijgsmacht in het gedrang komt, kan met toepassing van artikel 20, eerste lid, onder a, van het AMAR worden besloten de geambieerde functie met ingang van een latere datum toe te wijzen. De OPCO-wissel gaat dan op die latere datum in.

De OPCO-wissel vindt plaats vóór aanvang van eventueel te volgen opleidingen bij het ontvangende OPCO. Bij herbestemming van een militair die nog in de initiële opleiding zit, volgt een nieuwe initiële opleiding.

Besluit in 8 weken

Een OPCO-wissel is alleen mogelijk als er een functie beschikbaar is voor de betreffende militair bij het ontvangende OPCO. Wanneer de militair verzoekt om een OPCO-wissel, neemt het DCE binnen een termijn van 8 weken het besluit hierover. Het ontvangende OPCO neemt daarna het besluit tot functietoewijzing (en eventuele bevordering, eventuele al eerder opgelegde restitutieverplichting, etc.).

Perspectief bij uitstel

Zoals eerder aangegeven kan Defensie de geambieerde functie met ingang van een latere datum toewijzen, als dat noodzakelijk is voor de taakvervulling door de krijgsmacht. De militair moet in dat geval wel perspectief worden geboden met betrekking tot de termijn waarbinnen de functietoewijzing en de OPCO-wissel dan wel kunnen ingaan. Deze termijn bedraagt in beginsel maximaal zes maanden na de in de vacaturetekst vermelde gewenste vullingsdatum.
Het is niet mogelijk dat de militair een OPCO-wissel helemaal wordt ontzegd.


(Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. De exacte afspraken zijn terug te vinden in de Nota Wijziging van bestemming en OPCO-indeling militair personeel.)

Van vredesdividend naar gevechtskracht: coalitie onderkent noodzaak investeringen

De VBM/BBTV constateert dat in het op 30 januari gepresenteerde coalitieakkoord ‘Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland’, de noodzakelijke stappen worden gezet op het gebied van Defensie en internationale veiligheid. De coalitie van D66, VVD en CDA schaalt de defensie-uitgaven op en voldoet daarmee (vanaf 2035) ook aan de NAVO-norm van 3,5% van het bbp. Dit betekent (een groeipad naar) een structurele investering van 19,3 miljard euro in 2035. Om voor de lange termijn zekerheid te creëren, wil de coalitie bovendien de 3,5%-norm wettelijk vastleggen.

Er worden duidelijke stappen vooruit gezet: de coalitie wil bouwen aan een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. Het dienjaar wordt fors opgeschaald, de operationele capaciteit van de MIVD wordt vergroot en cybercapaciteiten – zowel defensief als offensief – worden uitgebreid en beter gecoördineerd. Ook zullen de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee en de verdediging van het Caribisch deel van het Koninkrijk worden versterkt. Tevens wordt er een defensie-innovatieautoriteit opgericht naar het voorbeeld van het Amerikaanse DARPA. Lelystad Airport wordt in gebruik genomen als luchtmachtbasis voor Defensie en voor civiel medegebruik.

Veel bruggen, tunnels, spoorwegen en sluizen naderen het einde van hun levensduur. Deze onderhoudsopgave zal de komende jaren voorrang krijgen in het toebedelen van beschikbare middelen, waarbij de strategische kansen van dual-use met Defensie worden benut.

Om voorbereid te zijn op de oorlogen van morgen moet daarnaast ook de defensie-industrie de ruimte krijgen om te groeien.

De coalitie staat – zo lezen we in het akkoord – constructief tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking. Voor strategische capaciteiten die voor individuele landen te kostbaar zijn, wil men inzetten op gezamenlijke aanschaf in gebruikerspoules.

WODG

De VBM/BBTV plaatst wel een kanttekening bij de wens van de coalitie om de Wet op de Defensiegereedheid ‘zo snel mogelijk’ te willen invoeren. Defensie heeft ruimte nodig om personeel te kunnen huisvesten en om te kunnen oefenen. Echter, naar aanleiding van het wetsvoorstel heeft de VBM in juni 2025 zijn zorgen geuit over de rechtszekerheid, de gevolgen voor defensiepersoneel en de onduidelijkheid in de wetstekst, die erop gericht lijkt te zijn de bestaande wetgeving te willen omzeilen.

Vrijheidsbijdrage

Om de investeringen in Defensie te kunnen betalen wordt een vrijheidsbijdrage ingevoerd voor burgers en bedrijven. Daarnaast zit er een aantal bezuinigingen in het coalitieakkoord. Zo wil de coalitie de AOW-leeftijd vanaf 2033 weer volledig koppelen aan de levensverwachting en wordt de WW-uitkering verkort naar één jaar. In dat jaar wordt de uitkering overigens wel hoger.

De tekst van het coalitieakkoord vind je hier. 

VBD gewijzigd vanwege EU-verordening 883

Er is sinds 1 januari een nieuwe structurele ziektekostenregeling voor meeverhuisde, niet-actieve (geen eigen inkomsten hebbende) gezinsleden van militairen die wonen in een ‘verordeningsland’ (EU, Europese Economische Ruimte, Zwitserland) of het Verenigd Koninkrijk. Dit was nodig vanwege de EU-verordening 883. Volgens die verordening moet degene die in een ander verordeningsland dan het herkomstland woont, in het woonland verzekerd zijn. Dit zou zeer ongunstig uitpakken voor (vooral) deze meeverhuizende gezinsleden. Per 1 januari 2024 had Defensie al voorzien in een tussenoplossing voor deze gezinsleden, in de vorm van een tijdelijke expatverzekering. Door aanpassing van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD) is nu een structurele oplossing gevonden.

De vakbonden hadden sterke voorkeur voor een andere oplossing, in de vorm van een uitzondering op EU-verordening 883. Ondanks intensief overleg tussen Defensie, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bleek een uitzondering echter niet mogelijk.

In het VBD zijn daarom nu bepalingen opgenomen die regelen dat deze gezinsleden alsnog de mogelijkheid krijgen een zorgverzekering af te sluiten. Dit geldt ook voor de zogeheten grensgangers, medewerkers die op eigen initiatief in Duitsland of België zijn gaan wonen.

De voorziening wordt een uitbreiding van de taken van de SZVK die deze belegt bij haar uitvoerder (nu per 2026 DSW). Defensie houdt de premie van de basisverzekering voor gezinsleden boven de 18 jaar in op het salaris van de defensieambtenaar. Defensie betaalt de premie van de aanvullende verzekering en is ook risicodrager voor kosten die in het buitenland boven het Nederlandse prijspeil uitkomen. De defensiemedewerker moet de niet-actieve gezinsleden aanmelden via DCIOD (en de eventueel al bestaande expatverzekering zelf opzeggen).

Deze regeling geldt voor alle met toestemming van Defensie meeverhuisde, niet-actieve gezinsleden van defensiemedewerkers die geplaatst zijn in een verordeningsland of het Verenigd Koninkrijk. Een niet-actief gezinslid is een gezinslid dat niet in dienstbetrekking of als zelfstandige werkt en ook geen werkloosheidsuitkering ontvangt. Hiervoor geldt geen inkomensgrens.
Er is geen medische selectie of leeftijdsgrens aan de voorkant.

Niet-verordeningslanden

Naast wijzigingen vanwege de EU-verordening 883 biedt het VBD ook aanspraak op een collectieve zorgverzekering voor het gezin van militair personeel in niet-verordeningslanden, dus elders in de wereld. Collega’s op een buitenlandse diplomatieke post kunnen deze zorgverzekering dus voor hun gezin afsluiten. In het buitenland geplaatste burgerambtenaren maken hier zelf aanspraak op. Voor de niet-actieve gezinsleden in de rest van de wereld geldt wél een inkomensgrens van € 6.239 per jaar (Dit betreft inkomsten buiten Nederland volgens artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel via een buitenlandse sociale zekerheidsuitkering.) Als gezinsleden onder deze inkomensgrens blijven, worden ze als niet-actief beschouwd en kunnen ze zich aanmelden voor de wereld collectiviteit.

Hoewel de VBM/BBTV liever had gezien dat gezinsleden van defensiepersoneel een uitzonderingspositie op de EU-verordening hadden gekregen, toont Defensie met deze oplossing goed werkgeverschap. Meer informatie staat op https://www.szvk.nl/consumenten/gezinsleden-eu. Met vragen kun je ook terecht bij het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD).

Te hoge Toelage Buitenland voor personeel op Curaçao en Sint Maarten

Eind 2025 kreeg de Helpdesk van de VBM van meerdere leden die zijn tewerkgesteld op Aruba of Bonaire de vraag, waarom hun toelage sterk negatief afweek van hun collega’s op de andere 2 eilanden. Wij hebben dit signaal aan de orde gesteld bij Defensie, dat vervolgens een nader onderzoek heeft verricht. Hieruit bleek dat personeel dat voor Defensie op Curaçao of Sint Maarten is geplaatst, vanaf november 2025 een te hoge Toelage Buitenland heeft ontvangen. Met ingang van februari 2026 zal dit personeel weer de correcte toelage krijgen. Het teveel ontvangen bedrag wordt niet teruggevorderd.

De Toelage Buitenland bestaat uit 3 componenten: de koopkrachtcomponent, de verblijfscomponent en de verplaatsingscomponent. Voor het berekenen van de hoogte van de toelage wordt gebruikgemaakt van een dataset die wordt aangeleverd door een externe partij. In de aangeleverde dataset van oktober 2025 is een fout gemaakt.

De fout zit in de koopkrachtcomponent (KKC). De KKC is een percentage dat de ‘relatieve duurte’ aangeeft in een bepaald land ten opzichte van Nederland. De KKC zorgt er dus voor dat de koopkracht die de militair of burger in Nederland had, gehandhaafd blijft in het land van plaatsing. De KKC wordt bepaald op basis van de prijs van producten in de boodschappenmand en de koers van de lokale valuta ten opzichte van de euro. Deze ‘index’ wordt tweemaal per jaar aangeleverd door een externe partij: in april voor de berekening vanaf de maand mei en in oktober voor de berekening vanaf de maand november. In de tussenliggende maanden kan de index nog gecorrigeerd worden voor eventuele koersschommelingen. Dit leidt zo tot de berekening van de KKC. Deze gegevens worden ook gebruikt voor de berekening van de verblijfscomponent.
In oktober 2025 is een verkeerde (te hoge) index aangeleverd voor de eilanden Curaçao en Sint Maarten. Met als gevolg dat het personeel geplaatst op die eilanden met het salaris van november en december 2025 een te hoge Toelage Buitenland heeft ontvangen.
Personeel geplaatst op Aruba of Bonaire ontving wel de correcte toelage.
Toen de fout was ontdekt, heeft de externe partij alsnog een correcte dataset aangeleverd voor Curaçao en Sint Maarten. Deze zal vanaf februari 2026 worden gehanteerd, zodat het betreffende personeel met ingang van die maand weer de juiste toelage zal ontvangen.
Defensie heeft de centrales (de vakbonden) hierover geïnformeerd.

Vakbonden naar advies- en arbitragecommissie om Groeiplan Defensie

Op 11 december 2025 heeft de staatssecretaris van Defensie een eenzijdig besluit genomen over het ‘Groeiplan Defensie’. Kern van zijn standpunt is dat hij van mening is dat het groeiplan geen overeenstemming met de vakbonden behoeft, omdat hij van mening is dat het de rechtspositie van het personeel niet raakt.

 

Wij zijn het daar vanzelfsprekend niet mee eens. De uitkomst van veranderingen zoals reorganisaties en herindelingen van kazernes raken de rechtspositie van militairen (en burgerpersoneel) wel degelijk.

Wij voelen ons dan ook genoodzaakt om deze handelswijze van de staatssecretaris voor te leggen aan de advies- en arbitragecommissie (AAC).

 

In een extra vergadering op 8 januari hebben wij de staatssecretaris gevraagd of hij wil terugkeren op zijn eenzijdige besluit. De staatssecretaris heeft aangegeven bij zijn besluit te blijven. Daarna hebben wij hem verzocht om gezamenlijk een arbitrage aan te vragen over dit onderwerp. De staatssecretaris is daartoe niet bereid. Ten slotte hebben wij hem verzocht om gezamenlijk advies over dit onderwerp aan te vragen. Ook daartoe is de staatssecretaris niet bereid. Dan blijft voor ons alleen nog de mogelijkheid over om vanaf de zijde van de centrales (de bonden) een adviesaanvraag in te dienen bij de AAC. Deze hebben wij op maandag 12 januari aangeboden.

 

Wij doen dit in gezamenlijkheid met alle centrales, omdat het voor ons allen een principieel vraagstuk is. Wij hebben de staatssecretaris en de hoofddirecteur personeel (HDP) opgeroepen om zich te houden aan bestaande wet- en regelgeving en gemaakte afspraken en dus de implementatie van het Groeiplan Defensie aan te houden tot er een advies is van de AAC. Ook hiertoe is de staatssecretaris niet bereid.

 

Wij betreuren dat wij nu met de staatssecretaris een geschil hebben over iets wat wij  als vakbonden ook een belangrijk onderwerp vinden. Ook wij voelen het belang van de transformatie van de defensieorganisatie. Wij vinden echter dat dit niet alleen snel moet, maar ook zorgvuldig.

 

Juist omdat we de transformatie van de krijgsmacht belangrijk vinden, gaat al het andere overleg wel door. Ook als het gaat om uitbreidingsplannen houden wij ons aan de gemaakte afspraken zoals afgesproken in de ‘Bijlage groei’. 

 

De afgelopen maanden hebben de vakbonden meermaals met de staatssecretaris overlegd over dit onderwerp. Vanuit de vakbonden zijn diverse voorstellen gedaan om een zorgvuldige behandeling van reorganisatie- en uitbreidingsplannen – groot en klein – vast te leggen. Daarbij gaat het onder meer om toegang van defensiemedewerkers tot het sollicitatieproces, een juiste functietoewijzing, tijdige bevorderingen, correcte toepassing van het afspiegelingsbeginsel voor burgermedewerkers en het juist hanteren van de 'datum begin geldige eenheid'.

 

Zie dit artikel van 18 december 2025 voor meer achtergrondinformatie: https://www.vbm.info/actueel-2/groei-plan-defensie-eenzijdig-vastgesteld-vakbonden-zeer-ontstemd

 

 

VBM/BBTV Belastingservice geopend!

Leden van de VBM en BBTV kunnen zich nu aanmelden voor de VBM Belastingservice. Uitsluitend particuliere aangiftes.  

Ieder jaar valt hij weer bij velen op de deurmat: de blauwe envelop. De VBM/BBTV helpt jou bij het invullen van jouw belastingformulier. Voor deze belastingservice op topniveau hoef je niet bij een ander te zijn! Deze service is inbegrepen bij jouw lidmaatschap. Dit geldt ook voor de bijstand bij fiscale bezwaar- en beroepschriftprocedures.

 

VBM en BBTV-leden kunnen zich hier aanmelden voor de belastingservice

 
Je kan je ook aanmelden met de bon in de Trivizier (november) of XRcise (5 december).

 

Kijk hier voor een aantal veelgestelde vragen!

Heb jij vragen over P&O-zaken?

Heb je vragen over jouw salaris, toelagen, salarisnummer, klikmaanden, etc.? Dan adviseren we je om deze éérst voor te leggen aan DCHR (DienstenCentrum Human Resources). Zij zijn op de hoogte van jouw specifieke situatie en kunnen je daarom het beste informeren over specifieke zaken. Door eerst contact op te nemen met DCHR krijg je vaak direct het antwoord op jouw vraag en kunnen eventuele onduidelijkheden snel worden opgehelderd.

Telefoon: (088) 9500 500, optie 3.

Ben je het niet eens met het antwoord van DCHR of heb je na hun reactie nog steeds vragen? Dan kan je je altijd bij ons melden. Wij staan klaar om je verder te helpen en waar nodig voor je op te komen.

 

Foto: MCD/Rob Gieling

Denk mee over het nieuwe Arbeidsvoorwaardenakkoord

Het huidige Arbeidsvoorwaardenakkoord loopt af op 1 september 2026. De VBM wil graag direct aansluitend een nieuw akkoord kunnen ondertekenen. Daarom vragen wij jou, als lid van de VBM en BBTV, om mee te denken over de onderwerpen die jij belangrijk vindt voor de komende onderhandelingen met Defensie. Laat ons vóór 13 januari 2026 weten welke thema’s of verbeterpunten volgens jou aan de orde moeten komen. Je kunt je suggesties mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

De binnengekomen ideeën kunnen wij gebruiken bij het opstellen van onze inzetbrief – de basis voor het nieuwe onderhandelingstraject. Dus: wat vind jij als BBTV-lid belangrijk? Wat moet er beslist mee naar de overlegtafel? Wij horen het graag. Alvast bedankt voor je inbreng!

Meld je aan voor de Adviesgroep Arbeidsvoorwaarden

Daarnaast zoeken wij betrokken leden die willen deelnemen aan een Adviesgroep Arbeidsvoorwaarden. We zoeken actief dienende defensiemedewerkers – zowel burgers als militairen – die bereid zijn om op gezette tijden met ons te sparren over actuele arbeidsvoorwaardenthema’s. Deze Adviesgroep kan alléén functioneren als er vanuit alle geledingen voldoende animo is, zodat de adviesgroep een representatieve vertegenwoordiging is van het personeel: militair/burger, starter/ervaren, reservist, man/vrouw, etc. Interesse? Reageer vóór 13 januari 2026 via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

Foto: MCD/Hilbert Buter